Fokken

Het fokken van krielen is niet eenvoudig. Natuurlijk hangt dit wel af van het doel wat jezelf stelt. Wanneer je fokt met je krielen om wat meer dieren in je hok te hebben, dan laat je gewoon een hennetje op ongeveer 7 eieren broeden en zal je zien dat daar na 3 weken een kloek met 5 a 6 kuikentjes loopt. Het hennetje met de kuikens moeten wel in een apart hok geplaatst worden om te voorkomen dat hokgenoten de kuikens vertrappen en pikken. Het zijdehoenkriel heeft prima moeder eigenschappen. Ze broedt goed op haar eieren, leert de kuikens voer eten en houdt ze lekker warm. Let wel goed op dat de kuikens niet verstrikt raken in de haren van de kloek, de kuikens kunnen zo verstrikt raken dat ze zich verhangen. Door het uitkammen van de veren aan de onderzijde van de kloek kan dit worden voorkomen. Op de voeding kom ik later in het artikel terug. Wat is nu niet eenvoudig? Het fokken volgens de standaard. De standaard van het zijdehoenkriel staat beschreven in de K.L.N. - standaard, uitgave van de Nederlandse Bond van Hoender-, Dwerghoender-, Sier- en Watervogelfokkers verenigingen. Natuurlijk interpreteert iedereen op haar/zijn wijze de standaard maar iedereen zal zich toch aan een aantal regels moeten houden wil hij/zij goede dieren op een tentoonstelling kunnen insturen. Om te beginnen moeten we een trio samenstellen. Het beste is om drie dieren te hebben van dezelfde kleur. De krielen zijn erkend in vijf kleuren, nl. parelgrijs, buff, wit, zwart en meerzomig patrijs. Toch zal het soms nodig zijn om een andere kleur in te kruisen om het type te verbeteren. Bij de witte krielen is dit niet nodig omdat de kwaliteit goed is in Nederland. De witte kriel kan wel gebruikt worden om de kleurslagen zwart en meerzomig patrijs te verbeteren. parelgrijs zijdehoenderBijvoorbeeld een witte haan kan gepaard worden aan een zwarte hen om de kwaliteit te verbeteren. De nakomelingen zullen wit, zwart en meerzomig patrijs zijn. De witte en meerzomig patrijs kleurige kunnen we beter niet voor de verdere fok gebruikt worden. De zwarte nakomelingen kunnen weer terug gepaard worden aan hun zwarte moeder en andere zwarte dieren. Om de meerzomig patrijs in type te verbeteren kunnen we ook een wit dier nemen. Belangrijk om te weten is dat de meerzomig patrijskleurige nakomelingen te donker van kleur zullen zijn. Deze dieren moeten dus weer aan een wat lichtere meerzomig patrijs terug gekruist worden. In de afgelopen jaren heb ik door ervaring en door te lezen geleerd dat het beter is om geen broer en zus te kruisen maar vader aan dochter en moeder aan zoon. Dit kan een aantal generaties lang, zorg wel dat er af en toe nieuw bloed aan de stam wordt toegevoegd. Houdt er wel rekening mee dat nieuwe dieren ook weer nieuwe verborgen gebreken mee kunnen nemen. Waar moet er verder op gelet worden? bij de zijdehoenkrielen komen diverse afwijkingen voor. Een aantal zal ik de revue laten passeren. Kamdoorns. De zijdehoenkriel moet een zogenaamde walnotenkam zonder kamdoorns hebben. Kamdoorns zijn een uitsluiting fout en op de tentoonstelling krijg je dan een onvoldoend predicaat. Teenstand. Een zijdehoen hoort vijf tenen te hebben, minder dan vijf tenen komt bij iedere fokker wel eens voor, deze dieren moeten uitgesloten worden voor de fok. Andere fouten aan de tenen kunnen zijn, tenen die aan elkaar vastzitten of het ontbreken van één zijdehoenderof meer nagels. De teenstand staat beschreven in de standaard en u kunt dat hierin opzoeken. Probeer altijd de teenstand te verbeteren. Vleugels. De vleugels moeten stevig zijn. De slagpennen moeten voor tweederde gewoon vederig zijn en voor één derde zijdevederig. Een grote fout die we soms zien is de spleetvleugel. Dit is het ontbreken van één of meer grote slagpennen of door een slechte plaatsing hiervan. De spleetvleugel komt bij de krielen niet heel veel voor. Wat wel veel voorkomt is een slechte vleugeldracht. De kriel hoort zijn vleugel horizontaal te dragen, we zien regelmatig krielen waarvan de vleugel naar beneden steekt. Probeer de vleugels zo horizontaal mogelijk te fokken. Alss men twee dieren kruist met een slechte vleugeldracht zal dit altijd bij de nakomelingen ook weer openbaren. Eekhoornstaart. Bij de hanen zien we wel eens een eekhoornstaart. Dit is een staart die hoger gedragen wordt dan 90°. Deze hanen moeten voor de fok worden uitgesloten. De eekhoornstaart is zeer erfelijk. De oogkleur. De ogen moeten bruinzwart zijn. Gebruik dieren met een lichte oogkleur niet voor de fok. Bevedering. De poten van de krielen moeten bvederd zijn. Als deze ontbreekt, is dit een ernstige fout. Ook op de middenteen moeten een aantal veertjes zitten. Er kan ook teveel bevedering aan de poten zitten en hierdoor kunnen gierhakken ontstaan. Gierhakken zijn tevens een fout. Blauwe huidskleur. De blauwe huidskleur van de kriel mag natuurlijk niet ontbreken maar dit lijkt mij overbodige informatie. Het fokken vangrote zijdehoenders is gelijk aan dat van de krielen. Bij de grote zijdehoenders zijn er echter meer kleurslagen, te weten : wit, zwart, parelgrijs, buff, blauw, meerzomig patrijs, meerzomig zilverpatrijs, koekoek en rood.