Reglement erkenning

Artikel 1

Erkenning van een nieuw ras, een nieuwe kleurslag of een nieuwe variëteit, is uitsluitend mogelijk bij inzending op de bondstentoonstelling van Kleindier

Liefhebbers Nederland (hierna te noemen KLN) voor de diergroep.

Doel van het reglement

Artikel 2

Een werkwijze vastleggen om een juiste afweging te maken ten aanzien van het erkennen van een niet in de KLN hoender- en dwerghoenderstandaard voorkomend ras, kleurslag of variëteit binnen een bestaand ras, of een combinatie van beide. Door deze werkwijze te volgen, wordt een grotere

betrokkenheid van speciaalclubs beoogd en getracht een breder draagvlak te

creëren voor de nieuwe kleurslagen en/of rassen.

Een ras, kleurslag of variëteit kan, mits al erkend in een bij de Europese Entente aangesloten land,

in één jaar na een positief oordeel van de standaardcommissie voor hoenders en dwerghoenders (hierna te noemen standaardcommissie) erkend worden.

Definities

Artikel 3

Deelnemer aan de erkenningprocedure: een fokker/liefhebber van een ras,

kleurslag of variëteit, die lid is van KLN.

Onderscheid wordt gemaakt in kennismaking en erkenning:

A. Rassen, kleurslagen en/of nieuwe variëteiten binnen een ras, die ter

kennismaking worden ingezonden. Dit betreft:

- nieuwe rassen, dat wil zeggen rassen, die niet in een bij de Europese

 Entente aangesloten land zijn erkend;

- nieuwe kleurslagen, dat wil zeggen kleurslagen, die niet in de

Nederlandse standaard of in de standaard van een bij de Europese

 Entente aangesloten land zijn opgenomen;

- nieuwe variëteiten binnen een ras;

- kleurslagen of variëteiten, die volgens een speciaalclub niet voor

erkenning in aanmerking komen;

- rassen en/of kleurslagen en variëteiten, die twee keer in de
erkenningprocedure zijn afgewezen.

B. Rassen, kleurslagen en/of nieuwe variëteiten binnen een ras, die ter

erkenning worden ingezonden, Dit betreft:

 

- rassen, kleurslagen en/of variëteiten, waarvan de standaardcommissie

in de kennismakingsfase heeft gezegd dat ze ter erkenning kunnenworden ingezonden;

- rassen, kleurslagen en/of variëteiten, die in een ander bij de Europese

Entente aangesloten land zijn erkend;

- kleurslagen en/of variëteiten waarvan een speciaalclub heeft gezegd

dat ze voor erkenning in aanmerking komen;

- kleurslagen, van in onze standaard opgenomen rassen, waarvoor geen

speciaalclub bestaat, maar waarvan de kleurbeschrijving in onze

standaard is opgenomen.

 

Naam van het ras of kleurslag

Artikel 4

Deze dient in het Nederlands te worden weergegeven. Bij in het buitenlanderkende rassen wordt de buitenlandse naam overgenomen of wordt de naamomgezet in een vergelijkbare Nederlandse naam.

Gebied

Artikel 5

Deze procedure is van toepassing vanaf het moment dat de fokker/liefhebber een ras, kleurslag of variëteit aanmeldt bij de speciaalclub en/of de standaardcommissie tot het eindoordeel van de standaardcommissie.

Voorwaarden voor deelname

Artikel 6

Van het aantal ter kennisname of ter erkenning ingezonden dieren mag maximaal 50% een buitenlandse voetring dragen. Deze buitenlandse ring dient afkomstig te zijn van een bij de Europese Entente aangesloten organisatie. In de kennismakingsfase is het toegestaan alleen jonge dieren in

te zenden.

Vooraanmelding

Artikel 7

De fokker/inzender, die voornemens is een ras, kleurslag of variëteit terkennisname of ter erkenning te brengen, dient een zo volledig mogelijkebeschrijving van ras, kleurslag of variëteit aan het bestuur van de speciaalclub of aan de secretaris van de standaardcommissie toe te sturen.

Artikel 8

De fokker/inzender van een ras waarvan een speciaalclub bestaat, meldt vóór 1 januari, voorafgaande aan het tentoonstellingsseizoen waarin de erkenningprocedure wordt doorlopen, zijn voornemen een nieuwe kleurslag ofvariëteit van het ras te laten zien aan het bestuur van de speciaalclub.

Artikel 9

Als de speciaalclub hiermee instemt, meldt het bestuur van de speciaalclub dit vóór 1 maart van het tentoonstellingsseizoen waarin de erkenningprocedure wordt doorlopen aan de secretaris van de standaardcommissie. Wanneer de speciaalclub het idee van de fokker/inzender afwijst, kan deze zelf de secretaris van de standaardcommissie over zijn voornemen informeren. Dit geldt ook voor fokkers/inzenders van een ras waarvan geen speciaalclub bestaat.

Artikel 10

Half maart van dat jaar worden alle aanmeldingen van nieuwe rassen, kleurslagen en variëteiten besproken in de Europese standaardcommissie.

Voor nieuwe kleurslagen of variëteiten binnen rassen van Europese oorsprong bepaalt het land van oorsprong het acceptabel zijn van deze creatie.

 Voor de Nederlandse rassen bepaalt de Nederlandse standaardcommissie dit.

 Indien het oorsprongsland bezwaar heeft tegen een erkenning van de kleurslag,

variëteit of dwergvorm, kan niet tot erkenning worden overgegaan. Voor 1 april stuurt de secretaris van de standaardcommissie aan degene, die de melding heeft gedaan, bericht of de Europese

standaardcommissie al dan niet bezwaar maakt tegen het voornemen van de nieuwe creatie.

Werkwijze

Artikel 11

Vervolgens toont de fokker/inzender, in het tentoonstellingsseizoen waarin de erkenningprocedure wordt doorlopen, een aantal dieren van de nieuwe kleurslag of variëteit tijdens een bijeenkomst van de betreffende speciaalclub (een alternatief kan zijn de clubshow, een clubdag, districtshow, jongdierendag). De collectie moet bestaan uit zowel jonge als oude dieren,

verdeeld over beide geslachten.

Artikel 12

Het bestuur van de speciaalclub oordeelt over de nieuwe kleurslag of variëteit

en geeft één maand voor sluiting van de inschrijftermijn van de

bondstentoonstelling - in het tentoonstellingsseizoen waarin de erkenning zal plaatsvinden - haar bevindingen door aan de fokker en aan de standaardcommissie.

Artikel 13

Als het advies van de speciaalclub positief is en van de zijde van de Europese Entente geen bezwaar is aangetekend, kan de fokker de dieren inzenden op de bondstentoonstelling.

Als het advies van de speciaalclub negatief is, mag de fokker toch inzenden op de bondstentoonstelling, mits de Europese Entente instemt met deze kleurslag of variëteit, in de kennismakingsklass

 maar bij de besluitvorming weegt het advies van de speciaalclub zwaar bij de uiteindelijke beslissing.

Artikel 14

Fokkers van rassen waarvoor geen speciaalclub bestaat, kunnen na positief advies van de secretaris van de standaardcommissie de dieren inzenden op de bondstentoonstelling.

Artikel 15

In rassen waarbij meerdere variëteiten erkend zijn, volstaat bij het laten erkennen van een nieuwe kleurslag het insturen van één variëteit.

Beoordeling dieren en afhandeling beoordeling

Artikel 16

Het ras, de kleurslag of variëteit welke op de bondstentoonstelling ter kennisname of voor erkenning zijn ingestuurd worden door twee leden van de standaardcommissie beoordeeld.

Artikel 17

De ter kennismaking ingezonden rassen, kleurslagen en/of variëteiten worden door de standaardcommissie niet op de gebruikelijke wijze beoordeeld. De standaardcommissie bekijkt alleen of dit ras, kleurslag en/of variëteit de volgende keer ter erkenning kan worden ingezonden.

 In deze fase kan worden volstaan met het inzenden van vier jonge dieren, waarbij beide

geslachten moeten zijn vertegenwoordigd; oude dieren zijn toegestaan.

Artikel 18

De ter erkenning ingezonden collectie moet bestaan uit jonge en oude dieren, verdeeld over beide geslachten. Om tot erkenning over te gaan, moeten minimaal vier dieren het predikaat "G" met 91 punten hebben behaald. Bij deze dieren zijn minstens één man oud, één man jong, één vrouw

oud en één vrouw jong. De standaardcommissie heeft het recht om het bestuur van KLN te adviseren het ras, de kleurslag of variëteit af te wijzen. Het criterium hiervoor is dat de ingezonden dieren niet voldoen aan de gestelde raskenmerken of dat de collectie niet compleet is.

Beëindiging procedure

Artikel 19

De erkenningprocedure wordt beëindigd door:

- het erkennen van een ras, kleurslag of variëteit door het bestuur van

KLN;

- het schriftelijk intrekken van het verzoek tot erkenning:

- het tot twee keer achtereen niet erkennen van een ras, kleurslag of

variëteit door de standaardcommissie;

- het twee keer achtereen niet verschijnen in de erkenningprocedure

van een ras, kleurslag of variëteit op de bondstentoonstelling.

Geschil of bezwaar

Artikel 20

De fokker/inzender, die het niet eens is met de werkwijze van de speciaalclub

en/of de standaardcommissie, kan dit schriftelijk melden aan deportefeuillehouder standaardaangelegenheden van het bestuur van KLN. Hetbestuur van KLN zal de klacht behandelen en daarbij woord en wederwoord van zowel de fokker, de speciaalclub als de standaardcommissie laten gelden.

Het bestuur van KLN zal binnen 6 weken na behandeling van de klacht

schriftelijk bericht geven aan de fokker, de speciaalclub en de standaardcommissie.

Toetsing van het ras, kleurslag of variëteit

Artikel 21

In sommige gevallen vindt de standaardcommissie het niet wenselijk tot erkenning over te gaan, bijvoorbeeld wanneer een ras of een kleurslag binnen een ras teveel gelijkenis vertoont met een al bestaand erkend ras. Een duidelijke richtlijn hierbij is dat het nieuwe ras of kleurslag binnen een ras op minstens drie kenmerken duidelijk moet afwijken van andere, al erkende rassen of soorten.

De commissie adviseert als er geen drie afwijkende kenmerken zijn het bestuur van KLN om niet tot erkenning over te gaan.

Beëindiging van een erkenning

Artikel 22

Erkende rassen en erkende kleurslagen en variëteiten in rassen, die gedurende een periode van vijf jaar niet worden geëxposeerd op tentoonstellingen, kunnen op advies van de commissie afgevoerd worden van de lijst van erkende rassen en kleurslagen. In dat geval zal een voorstel verstuurd worden

naar de betreffende speciaalclubs en naar het bondsblad waarna de fokkers c.q speciaalclubs twee maanden in de gelegenheid worden gesteld om te reageren Bij geen reactie zal het voorstel uitgevoerd worden. In het geval er wel eenreactie ontvangen wordt, zal de standaardcommissie haar voorstel

heroverwegen. Basisprincipe hierbij is dat als het betreffende ras en/of variëteit nog aantoonbaar in ons land aanwezig is, erkenning gehandhaafd blijft.

Adviezen

Artikel 23

Met betrekking tot eventuele uitbreiding van kleurslagen binnen de Nederlandse rassen heeft de standaardcommissie een advieslijst uitgegeven.

Het vragen van informatie vooraf is dus wenselijk.

Op het inschrijfformulier voor de bondstentoonstelling moet duidelijk worden

aangegeven dat de inschrijving is bestemd voor de afdeling “creaties”. Dit om te voorkomen dat de dieren in de open klasse worden ondergebracht.

Dit reglement, waarvan de vorige versie was vastgesteld in de algemene

ledenvergadering van KLN op 27 juni 2009 is vastgesteld op 16 juni 2012 en gaat in op 17 juni 2012.